Tour de Coromandel

Diederik Scheltinga
De oudste van de broers, zoekt graag de grenzen op (niet alleen fysiek) en volbracht al 13 Ironmans.
Tour de Coromandel
Share on whatsapp
Share on facebook
Share on twitter
Share on email

Het is 3 augustus, mijn 2e etappe in mijn Tour de Coromandel. De 1e etappe was van Auckland naar Waihi, waar ik 2 dagen geleden de duathlon won. Gister lekker rustig uitgefietst, toch wel wat stijve benen. Vanmorgen mijn verblijf opgeruimd en schoongemaakt, en nu de fiets op! Vandaag brengt me van Waihi door de Golden Valley, via Whangamata, Tairua en Hot Water Beach naar Hahei: ongeveer 110 km.

Na een klein uurtje door de Golden Valley begint het te regenen. Eerst zachtjes, even later harder. Ik stop om mijn regenbroek aan te trekken, en uiteraard, als ik mijn broek aan heb wordt het weer droog. Je kan er de klok op gelijkzetten dat als ik ‘m weer uittrek, het weer begint te regen. Dus ik houd ‘m aan. En dat is maar goed ook. Een kwartiertje later begint het te gieten, ook mijn jas trek ik aan. Minder aerodynamisch maar met 22 gemiddeld maakt dat toch niet zoveel uit.

Ik begin te klimmen en met 10 kilo bagage op mijn rug is dat best hard werken. Ik zie in de blikken van de tegemoetkomende automobilisten dat ze het met mij te doen hebben. Misschien zien ze wel hetzelfde in mijn blik. Want ik heb het met hen te doen. Ook al ben ik een beetje nat, ik vind het prima op m’n fiets, ben letterlijk in de wolken. De automobilisten zitten in hun t-shirt en trappen een pedaaltje in. Daar is geen kunst aan. Doe mij maar de frisse lucht, geluiden van de natuur en ik voel die berg tenminste. De kleine stroompjes die normaal naar beneden kabbelen zijn veranderd in luidruchtige watervallen, en de vogels fluiten nog steeds alsof het hoogzomer is.

Mijn regenpak is op dit moment mijn beste vriend. Het is dan wel een paar jaar oud, flink wat maatjes te groot en niet meer helemaal waterdicht maar mijn regenpak en ik gaan lang terug. Ik was misschien 15 jaar toen ik het van een ochtendblad kreeg. Ik wilde een zeilboot dus besloot een krantenwijk te nemen. 2 jaar lang stond ik elke dag (behavle zondag) om 05.00 naast m’n bed. Ik voorzag de mensen in mijn wijk van iets te lezen tijdens hun ontbijt. Na 2 jaar kocht ik een zeilboot, maar later bleek dit toch een beetje onpraktisch. Ik moest eerst 25km fietsen voor ik kon zeilen. Toch wel veel plezier van gehad. Vooral op m’n 18e verjaardag.

Jeroen en ik hadden onze tent op een camping neergezet zonder te betalen, gewoon de mooiste plek uitzoeken. De naam van de camping zal ik hier niet noemen. We hadden een krap budget voor een weekje zeilen. Dat gehele budget dronken we dezelfde avond nog op (je bent immers maar 1x per jaar jarig) in een café met meer dan 100 clowns: schilderijen, foto’s, poppen, marionetten, knuffels, beeldjes, best beangstigend. Vooral toen ons budget op was.

Ik begin af te dalen, maar plotseling zie ik een portomonee op de weg liggen. Deze is weliswaar plat, maar toch kan ik het niet laten te denken: van wie? Wat zou erin zitten? Waarom ligt ie daar? Weggegooid door zijn steler, of ontsnapt van z’n vorige eigenaar? Misschien is iemand wel wanhopig opzoek, of zit er een dik pak flappen in? Ik knijp in mijn remmen en met 60 per uur en bagage duurt het even voor ik stil sta. Ik keer om en begin weer te klimmen.

De portomonee is plat en oud, geen pasjes, en geen dik pak flappen. Duidelijk weggegooid door zijn dief. Toch rinkelt er iets in een vakje met een rits. Ik open de rits en laat de inhoud in mijn hand vallen: 3 dollar en 40 cent! Wat een buit! Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een portomonee gevonden heb zonder de rechtmatige eigenaar te kunnen traceren. Ik heb ook wel geluk hoor! De munten stop ik in mijn voederbak en de portomonee verdient een waardiger einde: onderweg gooi ik ‘m wel ergens in een prullenbak.

Ik daal weer. De weg is goed en breed, maar mijn buit rinkelt hinderlijk in mijn voederbak. Ik kom door een dorpje waar het ruikt naar houtvuurtjes. Uit verschillende schoorstenen komt witte rook. Dat betekent hier niet dat eer een nieuwe paus gekozen is, maar dat men het gewoon lekker warm wilt hebben. Door de geur van de houtvuurtjes waan ik me in de Biesbosch, in de herfst. Heel wat jaren in mijn jeugd gingen we moet onze boot de Biesbosch in, daar troffen we mijn oom, tante, neef en nichtjes met hun boot. Hout zoeken, vuur stoken, broodjes bakken, vissen, zeilen, paling stropen, ’s ochtends in onze laarzen en oude trainingsbroeken proberen de vuurtjes van de vorige avond weer aan te maken, fakkel tochten te voet en te boot, pijl en boog maken, Evertzwijnen schieten… Elk jaar weer onvergetelijke avonturen. Normaal ging oma altijd mee varen, maar niet in de herfst, dan was het te koud. Vandaag zou Oma jarig geweest zijn, maar dit jaar voor het eerst is ze er niet meer. Mijn ogen vullen zich met tranen, ik daal immers nog steeds kei hard…

Kruispunt: Hot Water Beach 3km, Hahei 5km. Ik heb geen flauw idee van tijd maar vind dat ik nog wel even een kijkje kan nemen bij Hot Water Beach, kan ik dat ook weer afvinken. Halverwege begin ik weer te klimmen, voor ik in Hot Water Beach aankom moet ik blijkbaar eerst een flinke berg over. Dat stond niet op dat bordje! Ik overwin de berg, ontdoe me van m’n schoenen en loop het strand op. Gelukkig regent het nog steeds. Dat betekend dat ik met maar 20 i.p.v. 200 andere backpackers kuilen zit te graven op een stukje strand. Ik graaf een kuil, warm / heet water komt naar boven. Sommige backpackers brengen luide overwinningskreten ten gehore als ze warm water vinden. Alsof ze goud gevonden hebben waar ze al jaren naar op zoek zijn. Ik verwarm me voeten in m’n eigen gegraven hot pool. Een hele grote vink, en weg hier.

Hahei, eindelijk, na 5 uur en 5 minuten, iets na 5-en. 115 kilometer met een gemiddelde van 22.6. Wat een dieptepunt. Hahei is niet bepaald een metropool te noemen. Gehucht of gat is meer op z’n plaats. In Betuwse termen is het kleiner dan Angeren en beter vergelijkbaar met Baal. De buurtsuper is al gesloten en de mevrouw die me het hostel rondleidt bevestigd dat er op geen enkele manier meer aan voedsel te komen is. Ik heb precies 2 boterhammen en 1 appel. De mevrouw redt mijn avondmaaltijd door me later 3 worsten en een brood toe te stoppen. “Butter is on the free food shelf.” Blijkbaar wilde iemand abrupt stoppen met roken,want ik vind hier ook een half vol pakje sigaretten…

Na mijn gezonde sportersmaaltijd neem ik een warme douche, en was me met eigen meegebrachte zeep. Dat doe ik niet zo vaak, zelf zeep meebrengen. Ik concludeer dat deze wel heel erg lekker ruikt! Hoe kom ik aan deze zeep? En dan weet ik het weer. Ik nam mijn eerste, echte douche in 2 maanden tijd in Savusavu, Fiji. In de douches van de yachtclub stond deze zeep, en keek me aan. Dat is toch wel zielig, een zeep zonder baasje, dus nam ik deze zeep onder mijn hoedde. Zo gaat dat in openbare douches en zwembaden. Iedereen laat weleens wat staan en neemt weleens wat mee. Het houdt elkaar in evenwicht ofzo, geloof ik…

Ik onderhoud me nog even met alle gasten (2 stuks) van het hostel maar voel al snel dat ik er even bij moet gaan liggen, in m’n bedje. Morgen weer een zware dag.

De 2 hieropvolgende dagen waren minstens zo interessant: het regent constant maar nog steeds ontzettend mooie scenery. Ik krijg diverse liften aangeboden omdat men me zo zielig vindt, ik beklim de monster berg van de Coromandel, ontelbare land-slides, kom in het donker aan in Thames en duik de 1e backpackers in die ik tegenkom: blijkt de thuishaven van een motorgang, boven een pub. Alle bikers zitten in de keuken vette kippenpoten te eten als ik zeiknat binnen kom lopen. De laatste dag, wederom op bekend terrein, schijnt de zon weer. Na 650 kilometer in 27 uur en 40 minuten (23,5 gem) en 3450 hoogtemeters slaap ik die nacht weer heerlijk in mijn eigen caravan! Einde van dit avontuur.

Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on email
Email
Sluit Menu